Ga naar de hoofdinhoud
Navigatie:

Onder Plaatsen in de zijbalk beheert u drie soorten elementen op de kaart:

  • Zones — gebieden (geofences) die u op de kaart tekent. Zodra een object een zone in- of uitrijdt kan het portaal een gebeurtenis registreren en u een melding sturen.
  • Markers — losse punten op de kaart, bijvoorbeeld klantlocaties of een thuisbasis.
  • Routes — virtuele paden; het portaal kan melden wanneer een object de route verlaat of juist volgt.
Het tabblad Plaatsen met Zones, Markers en Routes

Elk type heeft een eigen subtabblad met een teller. Met + tekent u een nieuw element, met de map-knop ordent u ze, en met de import- en exportknoppen wisselt u ze uit (bijvoorbeeld als KML — zie ook Instellingen → KML). Met het oog-pictogram toont of verbergt u een element op de kaart.

In rapporten kunt u zones en markers terug laten komen, bijvoorbeeld Zone in/uit, Marker (plaats) in/uit of Locatiebezoek — zie Rapporten.